bb_2016

Een begrafenisstoet van meer dan 60 personen bracht Barend Biesheuvel naar zijn laatste rustplaats.

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 9 in de serie met bijzondere graven: Barend Biesheuvel.

Barend Biesheuvel, niet te verwarren met de latere minister-president, was raadslid en wethouder van de gemeente Haarlemmermeer van 6 maart 1907 tot en met 9 maart 1915. Blijkbaar was de functie goed te combineren met zijn rol in het boerenbedrijf in de polder. Als we de beknopte biografie van mevrouw A.G.M. v.d. Oord-Wisker in het blad Meer-Historie (december 1982) volgen dan had Barend zo’n twaalftal boerderijen onder zijn beheer, die hij tweemaal per week – met een vurige klepper voor het rijtuig – controleerde. De overige dagen vulde hij met andere bezigheden.

Barend Biesheuvel werd op 3 november 1832 te Werkendam geboren. Barend was acht jaar toen zijn moeder overleed. Een paar jaar later werd zijn vader Willem bedrijfsboer op “De Weiplaat”, een boerderij van 130 hectare land waar hij met zijn zonen werkte. Zo goed dat men zich een huisnaaister kon permitteren en Barend kon het goed met haar vinden. Zij besloten te gaan trouwen en op 28 oktober 1854 gaf Hillegonda van Bodegom het jawoord aan Barend. Zij woonden in Spijkenisse, maar Barend blijft als arbeider werken bij zijn vader op “De Weiplaat”. Rond deze periode kocht de Rotterdamse grootgrondbezitter Petrus van der Kun deze boerderij. In 1855 koopt hij ook nog eens vele bunders land in Haarlemmermeer. Willem Biesheuvel was een goede boer en omdat in de nieuwe polder de kosten alsmaar stegen, vroeg Van der Kun hem eens een kijkje in Haarlemmermeer te nemen. Barend Biesheuvel trad kort daarna bij Van der Kun in dienst als bedrijfsboer op 300 bunder land, namelijk de percelen JJ16-21 en KK01-09 die tegenover elkaar liggen aan de Sloterweg ter hoogte van de Kruisweg.

Als Nederlands-hervormd landbouwer werd Barend Biesheuvel op 21 oktober 1856 met vrouw en drie kinderen ingeschreven in Haarlemmermeer. Zij gingen wonen aan de Aalsmeerderweg KK18. Het huis op KK05, oftewel ‘De Eik’, waar Barend en zijn gezin vele jaren zouden wonen, was pas in 1861 bewoonbaar.
Al spoedig na zijn komst in Haarlemmermeer sloot Barend zich aan bij de Christelijke Afgescheidenen. In 1868 werd hij diaken van deze gemeente, later ouderling en scriba. Ook was hij vele malen afgevaardigde naar de Particuliere en naar de Generale Synode der Gereformeerde Kerken.

Vanaf 1871 boerde Barend op de percelen KK 03 t/m 06 (ruim 80 bunder) maar dat was voor hem niet voldoende. Met financiële steun van Jonkheer van Fisenne begon hij met het huren van gronden in Haarlemmermeer. De jonkheer stelde hem aan als zijn rentmeester.

In 1877 werd Barend gemeenteraadslid, toen nog zonder politieke voorkeur maar na de oprichting van de Anti-Revolutionaire Partij, sloot hij zich daar bij aan. Barend’s vrouw overleed op 22 juni 1889. Zij kreeg elf kinderen waarvan het jongste kindje drie maanden na de geboorte stierf. Barend hertrouwde binnen een jaar met Bertha Wamsteker, de dochter van een turfschipper.

In 1891 kocht het departement van oorlog KK 06 van de Jonkheer en in 1892 kocht Barend zijn eerste eigen grond in Haarlemmermeer: vijf bunder op GG 30 aan de Kruisweg, bij de Kagertocht. In 1906 was zijn grondbezit ruim 31 bunder, waaronder “Kalorama” waar hij inmiddels is gaan wonen. Maar grondbezit was geen noodzaak voor Barend. Meer dan 45 hectare heeft hij nooit bezeten in de polder.

In 1906 kreeg hij door Z.K.H.Prins Hendrik de orde van Oranje Nassau op de borst gespeld en in 1907 werd Barend wethouder (in 1908 locoburgemeester) van Haarlemmermeer. Tijdens de raadsvergadering van 25 februari 1915, waar de verbouwing van het gemeentehuis (ad. ƒ 10.000,-) op de agenda stond, verliet hij mopperend definitief de vergadering en de gemeenteraad. Hij was tegen de verbouwing waartoe het besluit met meerderheid van stemmen werd aangenomen.

Door een zware verkoudheid kon Barend op 13 september 1921 de gouden medaille die was toegekend door de Hollandsche Maatschappij van Landbouw, waarvan hij meer dan 50 jaar bestuurslid was geweest, niet in ontvangst nemen. Drie dagen later overleed hij.

Op 20 september 1921 werd hij begraven. Een begrafenisstoet van meer dan 60 personen bracht hem naar zijn laatste rustplaats.

 

Bron: A.G.M. v.d. Oord-Wisker, Meer-Historie (1982)

Tekst gepubliceerd in Het Witte Weekblad – editie Hoofddorp

 

IMG_2065Op dinsdag 17 november was een speciale editie van een nieuwe muzikale formule in Hoofddorp: de Clever Sessions. Het was namelijk alweer de tiende keer dat deze jamsessie werd gehouden in Duyckercafé in Het Cultuurgebouw.

 

Organisatoren Martijn Klaver en Dave Breidenbach waren zeer tevreden met de opkomst. Tot nu toe was iedere sessie goed bezocht, maar deze lustrumavond was het extra druk. Martijn Klaver (de naamgever van de sessie): ‘Er begint een heuse muziekscene te ontstaan in Haarlemmermeer! Er kwamen vooral veel trouwe bezoekers van het eerste uur, maar er was ook nieuwe aanwas. Zo waren er drie muzikanten helemaal uit België gekomen voor de Clever Sessions.’ Maar er waren, zoals bij elke jamsessie in Duycker, ook veel lokale talenten. Zij lieten zich niet weerhouden door het gure weer en verlevendigden de jam met vocaal vuurwerk of maakten instrumentaal indruk op het aanwezige publiek. Zangeres Marit Guda: “Ik vind de jam vooral heel leuk, omdat je de kans hebt om op het podium te springen met topmuzikanten uit het veld. Iedereen is er om samen muziek te maken en niet per se om zichzelf te showcasen. Dat maakt de sfeer heel ongedwongen. Een aanrader.”
Drummer Sophie van Dommelen uit Nieuw-Vennep: “Elke dinsdagavond een feestje in het Duyckercafe! Elke keer is het weer een verrassing wat er weer gespeeld gaat worden. Er komen ook onwijs veel verschillende toffe muzikanten!”

IMG_2071

Veel lokale muzikanten weten de weg naar Duyckercafé te vinden voor de jamsessies

Verschillende muziekstijlen en diverse niveaus kwamen deze avond samen en het publiek werd getrakteerd op de enorme swingende energie die van het podium van Duyckercafé afstraalde. Buiten was het stormachtig, en binnen ging het er op het podium ook vaak heet aan toe: swingende soulnummers werden moeiteloos afgewisseld met heftige hiphop, zoals te horen aan de performance van Hoofddorpse rapper Kevin Bekker in duel met de ‘special guest’ van de avond: Steven de Geus. Deze laatste is vooral bekend om zijn geweldige optredens op TV, bij The Voice of Holland (TVOH). Bij de Clever Sessions duiken trouwens wel vaker TVOH-sterren op: zo kon men al genieten van Julia Zahra, Bart Brandjes en Kim de Boer. En dit alles op een schijnbaar doodgewone disndagavond in Hoofddorp. Miriam Smit (Music & Dreams) uit Den Helder is een trouw bezoeker van de sessies en zingt zelf graag een paar nummers mee tijdens de Clever Sessions. Haar enthousiasme steekt ze niet onder stoelen of banken: “Ik kom speciaal naar Hoofddorp voor deze energieke, funky sessie in een gezellige open sfeer. Ik bezoek voor Music & Dreams heel veel sessies, maar dit is zeker één van de betere”.
De talentvolle zangeres Janne Timmer komt elke keer uit Rijsenhout: ‘Ik vind de jam leuk omdat het zo spontaan is. Iedereen mag meedoen en iedereen mag luisteren. De sfeer is ontzettend gezellig en je leert er heel veel van! Daarnaast is het gewoon leuk om nieuwe mensen en muzikanten te leren kennen en samen gezellig een biertje te doen’.

IMG_2426

Anne Reijnoudt

Anne Reinoudt uit Zwanenburg woonde voor het eerst de sessie bij: “Ik vond het helemaal geweldig! Er hing een gezellige sfeer en elke muzikant die er was kon even lekker zijn of haar ding doen op het podium. Het is een goede plek voor (jonge) muzikanten om in aanraking te komen met andere muzikanten! Ik ga er vanaf nu altijd naar toe!”

 

De jamsessies zijn voor jong en oud en iedereen is van harte welkom om te komen luisteren, of om mee te zingen/spelen/dansen. De Clever Sessions begint om 20.00 uur en is meestal om 23.30 uur afgelopen. Meer informatie is te vinden op www.duycker.nl

Tekst en foto’s: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – editie Hoofddorp

 

IMG_2337Wie begraafplaats De Iepenhof in Hoofddorp bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 8 in de serie met bijzondere graven: Matthijs Ouwerkerk.

In het boek ‘Straatnamen in Haarlemmermeer’ van Pieter Bandstra lees ik dat Thijs Ouwerkerk werkzaam was op het postkantoor van Hoofddorp. Hij kreeg op jonge leeftijd tuberculose en moest daarom, zoals toen gebruikelijk was, in een houten tent in de buitenlucht slapen. Doordat hij deze ziekte had mocht hij echter wel een een radiotoestel in zijn bezit hebben. Zodoende was hij in de gelegenheid om Radio Oranje te ontvangen, nieuwsbulletins te maken en te verspreiden onder de mensen van het verzet in Hoofddorp. De benodigdheden daarvoor werden hem verstrekt door een groot lokaal bedrijf – onduidelijk is welk bedrijf dit was. Thijs is 28 jaar geworden. Hij werd geboren op 27 september 1917 en overleed op 9 december 1945, een paar maanden na de Bevrijding, als gevolg van een ziekte. Het zal niemand verbazen dat er een straat in de Verzetswijk naar hem is vernoemd.
Opvallend aan het graf is ook de naam Annie Ouwerkerk die op vijfjarige leeftijd kort voor de aanvang van de Tweede Wereldoorlog om het leven kwam door een ongeluk. Een Bijbelse verwijzing, naar Handelingen 2:39, staat midden op de steen: “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.” Een duiding die waarschijnlijk in het leven van het kind of dat van de ouders gezocht moet worden, maar waarover ik niks kon terugvinden.
Verder is op de grafdekking nog een steen te vinden ter nagedachtenis aan Arie Ouwerkerk die in 1921 werd geboren en op 79-jarige leeftijd overleed. De palmtak die veelvuldig op de grafstenen op de Iepenhof terug te vinden is, is het attribuut van de godin van de overwinning: Victoria. Het symboliseert de overwinning op de dood. Atleten kregen een palmtak na een overwinning, de christenen namen het symbool over als teken voor de gestorvenen, in het bijzonder de martelaren. In de katholieke liturgie verwijst de palmtak naar de intocht van Jezus in Jeruzalem. Een duif met en palmtak verwijst naar vrede. De palmboom en de palmtak verwijzen in het algemeen naar vrede en overwinning. En de familie Ouwerkerk is op meerdere manieren verbonden aan de inzet voor de vrede.
De naam Ouwerkerk roept bij de huidige inwoners van Hoofddorp beelden op van de kunstenaar Frans Ouwerkerk. De oom van Frans, Piet(er), was eveneens een verzetsheld. Pieter Ouwerkerk liet het leven in de strijd tegen de Duitsers en ligt begraven op de Eerebegraafplaats in Overveen. De portretten van Pieter en Matthijs hingen onlangs nog op een tentoonstelling in de passage van het cultuurgebouw. Van met name Pieter springt het portret in het oog omdat hij een ‘Hitlersnorretje’ had. Neef Frans legde postuum aan het Haarlems Dagblad uit dat zijn oom geen nazisympathieën had: ‘Hij gaf zich soms uit voor Duitser, bijvoorbeeld wanneer hij op zijn motor, in zijn Duitse pak, langs controleposten wilde snellen. Hij infiltreerde ook. En die snor hielp daarbij. Dat hij uiteindelijk in december 1944 werd gefusilleerd langs de provinciale weg in Uitgeest, kwam doordat hij was verraden. Een medeverzetsstrijder die onder hem werkte bij grasdrogerij Veevita was flink doorgeslagen nadat hij was opgepakt. Die heeft echt het hele zaakje daar verlinkt. Toen oom Piet werd omgebracht, was hij 31 jaar en hij was getrouwd met Alie Groen.’

Tekst en foto: Marcel HarlaarGepubliceerd in Het Witte Weekblad – editie Hoofddorp

eggink_7

Dirk Eggink was de eerste gemeentesecretaris van Haarlemmermeer

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 7 in de serie met bijzondere graven: de rustplaats van Dirk Eggink, de eerste gemeentesecretaris van Haarlemmermeer*.

Van 1852 tot 1855 berustte het gezag over het droge Haarlemmermeer bij de Commissie van Beheer en Toezicht, die nauwelijks machtsmiddelen bezat noch een reglement en zich passief gedroeg. Immers, met de droogmaking in 1852 was hun taak volbracht. Bij wet van 11 juli 1855 werd de gemeente Haarlemmermeer ingesteld als één gemeente behorend tot de provincie Noord-Holland.
Op 16 november 1855 kwam de pas gekozen gemeenteraad voor het eerst bijeen in het raadhuis te Heemstede. In deze constituerende vergadering deed de burgemeester mededeling van zijn benoeming per 14 september en werden de geloofsbrieven van de gekozenen onderzocht en in orde bevonden. Na de installatie van de raadsleden werd het eerste besluit van de raad genomen: men besloot het raadhuis van Heemstede voorlopig als raadhuis te gebruiken.
Op 27 november vergaderde de raad alweer. De agendapunten waren de benoeming van wethouders en van de gemeentesecretaris. Voor de benoeming van een secretaris stelde het college van burgemeester en wethouders voor te kiezen uit een tweetal, namelijk E.W. van Brederode en Dirk Eggink.
De volgende vergadering was op 30 november en weer begaven de Haarlemmermeerse raadsleden zich naar Heemstede. Van Brederode bleek zich te hebben teruggetrokken en Eggink werd met algemene stemmen gekozen tot gemeentesecretaris. Hij zou dat ambt 54 jaar lang bekleden. Eggink was bij zijn benoeming een jongeman van 23 jaar – geboren op 8 oktober 1832 te Alkemade, aldus de hardstenen grafsteen van grafnummer 007 met een opvallende urn aan de voet van de grafdekking – die enige jaren ervaring had met de gemeenteadministratie en de specifieke problematiek van het platteland als ambtenaar van de gemeente Alkemade. Uit archiefstukken blijkt dat Eggink veel schreef: zo’n 6.000 tot 7.000 brieven, verslagen en notities per jaar, ongeveer 20 per dag. Daarnaast nam deze veelschrijver ook het secretariaat van veel organisaties op zich. Kortom, een man die 54 jaar lang van grote betekenis is geweest voor Haarlemmermeer tijdens de pioniersjaren. Zo was hij in zijn ‘vrije tijd’ jarenlang secretaris van de Haarlemmermeerse afdeling van de Hollandse Maatschappij voor Landbouw (HML), van de Kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Kerk in Haarlemmermeer en 25 jaar secretaris/penningmeester van ‘Het Witte Kruis’. Eggink trouwde in 1858 en kreeg 14 kinderen.
In 1905 was Eggink 50 jaar gemeentesecretaris en werd hij gehuldigd. In 1908 trad mr. A. Slob aan als nieuwe burgemeester. Eggink diende nog één jaar onder ‘zijn’ vierde burgemeester en nam op 7 september 1909 op bijna 77-jarige leeftijd afscheid. Bij zijn afscheid constateerde burgemeester Slob dat: “u de vrucht van uw arbeid heeft gezien. Van eene woestenij in de natuur en eene woestenij in de administratie is Haarlemmermeer geworden eene bloeiende gemeente met vruchtbare akkers en met eene administratie welke meermalen geprezen is.” Hij werd bij die gelegenheid bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Als pensioen kreeg Eggink f. 1.000 per jaar en hij mocht in het raadhuis blijven wonen. Hij overleed op 1 juni 1911. Jaren later werd er bij de gemeente Haarlemmermeer een oorkonde ingesteld voor ambtenaren die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de gemeente. Slechts een naam was denkbaar voor een dergelijke oorkonde: de Eggink-penning.

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
*Meer en uitgebreid is over Dirk Eggink geschreven o.a. door Dick Krijger in het boek ‘Besturen in Verandering’, uitgave Meer-Historie.

Gepubliceerd in het Witte Weekblad, editie Hoofddorp

Grafstukje_6

De grafsteen van Cornelis Kater onthult niet veel over de achtergrond van de man. (Foto: Marcel Harlaar)

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 6 in de serie met bijzondere graven: Cornelis Kater.

Van de grafsteen van Cornelis Kater, een granieten stele, word je op zich niet veel wijzer. Om meer over de man te achterhalen was een ware speurtocht nodig die mij in eerste instantie bij het militieregister bracht. Daar vond ik dat hij in Monster is geboren op 17 april 1873, hij overleed volgens de steen op 18 februari 1945, op 71-jarige leeftijd; kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog en tevens de sterfdag van de bekende Italiaanse kunstenaar Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni.
Wie overigens op de naam Kater zoekt, komt vanzelf bij een pikzwarte bladzijde uit de toch al zwarte bladzijden van de oorlogsgeschiedenis: de Zaanse liquidaties. Maar daar heeft deze overledene weinig mee te maken.
Cornelis Kater is de zoon van Tijmon Kater (22-10-1846) uit Monnickendam en Barta Amelia Velthuis (16-2-1851) uit Oldebroek. Cornelis had twee zussen: Helena Arnoldina Barendina Leusden (geboren Kater) en een onbekende broer of zus. Hij trouwde met Catharina Elisabeth Kater (geboren Dersjant) op donderdag 23 januari 1908, in Utrecht. Catharina is geboren op 14 juli 1873, in Delft. De datum van haar overlijden is onbekend. Op het moment van trouwen was Cornelis wijkklerk te Utrecht. Bij het huwelijk waren aannemer Gerardus Johannes van Vloten, gemeenteambtenaar Hendricus Johannes Anthonius Boudier, Hendrik Gerrit Daniels en assuradeur Nicolas Charles Ferdinand Louis Verlint aanwezig. Maar liefst vier comparanten.
Cornelis en Catherina hadden een zoon: Ieke’s Opa Kater, maar verder is er over Cornelis Kater weinig terug te vinden. Wat heeft hij gedaan in Haarlemmermeer? Wat trok hem naar de polder? Waar woonde hij? Wat voor beroep oefende hij uit? De granieten stele is recent omgevallen. Rul zand markeert waar de steen heeft gelegen. Het graniet is bijna niet te tillen. De stele staat lost op het toebedeelde stuk grond.

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp

Grafstukje_5

De naam en het opschrift op de los liggende steen zijn nauwelijks leesbaar. (Foto: Marcel Harlaar)

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 5 in de serie met bijzondere graven: Sjouke Bogaart-Boon

Het graf van Sjouke Bogaart-Boon is een los liggende grafsteen die achteloos op de dodenakker achtergelaten lijkt. De steen is vuil en aangevreten door erosie. De naam en het opschrift zijn amper leesbaar. Onder de inkerving van een gebogen palmtak staat nauwelijks zichtbaar geschreven: ‘Hier Rust Onze Lieve Vrouw en Moeder’. Zij heeft dus rust gevonden in een bewogen bestaan. Een zoektocht naar de achtergronden van deze vrouw begint voor mij op internet en daar zijn via genealogie online al heel wat gegevens te achterhalen. Sjouke werd geboren op 6 februari 1879 in Den Helder (Noord-Holland) en zij overleed op dinsdag 28 oktober 1941 in Haarlemmermeer op 62-jarige leeftijd. Zij was de dochter van schoenmaker Jan Boon en Jannetje Kemp. In 1913 had zij als beroep winkelierster. Zij is op 11 oktober 1934 vertrokken naar Vijfhuizen en in een van de online archieven staat vermeld dat zij is gaan wonen aan de Kruisweg 1192. Ik heb niet kunnen achterhalen of er ooit een Kruisweg in Vijfhuizen is geweest en ook geen reden waarom zij naar Haarlemmermeer verhuisde. Het kan de liefde zijn geweest, want zij trouwde op 7 november 1934 met Jan Francies Bogaart, aardwerker van beroep. Zij was toen 55 jaar. Op het moment van overlijden was zij getrouwd met Jan Francies die zelf in Hengstdijk (Zeeland) werd geboren op 7 februari 1870. Uit de overlijdensakte van Sjouke blijkt dat zij eerder getrouwd is geweest met broodbakker Dirk Geerligs te Anna Paulowna, landbouwer Volkert Bakker in de Wieringerwaard en Willem Visser, een koopman uit Egmond aan Zee.

De kleine steen geeft verder weinig prijs. De slijtage door weer en wind spreekt boekdelen en laat de lezer achter met vele vraagtekens. Naar de invulling van het levensverhaal van deze vrouw is het gissen. Onbeantwoorde vragen en misschien wel onbeantwoordbaar. Ook dat maakt de tocht langs de graven fascinerend: wie waren de personen die onder de graven liggen? Wat hield hen bezig? Van sommigen weten we meer dan van anderen… De Iepenhof vertelt een bijzonder verhaal.

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp

Grafstukje_4

Het familiegraf van Colijn (Foto: Marcel Harlaar)

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 4 in de serie met bijzondere graven: het familiegraf van Colijn.

De naam Colijn is onlosmakelijk verbonden met Hendrikus Colijn, die minister-president van was van 1925 tot 1926 en van 1933 tot 1939 in vijf kabinetten diende. Het meest bekend is hij om de woorden die hij uitsprak op 11 maart 1936 in een befaamde radiotoespraak: “Ik verzoek den luisteraars dan ook om wanneer ze straks hunne legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.” Naar deze uitspraak werd later vaak verwezen alsof Colijn “aan de vooravond van de Duitse bezetting” (dus april of mei 1940, toen hij geen minister meer was) nog over rustig gaan slapen zou hebben gesproken.
Hendrikus werd geboren in Burgerveen op 22 juni 1869 als oudste zoon van Antonie Colijn en Anna Verkuijl. Op 17 september 1868 kwam Antonie vanuit Uitwijk (NB) naar Haarlemmermeer. Hij trouwde op 15 oktober van dat jaar met Anna Verkuijl en woonde waarschijnlijk eerst bij zijn schoonvader Arie Verkuijl en ging later aan de Aalsmeerderweg 82 wonen.
Alhoewel geboren in Haarlemmermeer, groeide Colijn op in het Land van Heusden en Altena. In Uitwijk zat hij op de lagere school. Hendrikus volgde vanaf 1883 een opleiding aan de Christelijke Kweekschool in Nieuw-Vennep. In deze plaats had hij ook zijn eerste baan, van 1884 tot 1886 werkte hij er als hulponderwijzer. Hij ambieerde echter een loopbaan als militair. Van 1886 tot 1890 volgde hij een militaire opleiding in Kampen.
Nadat hij op 18 juli 1893 in Haarlemmermeer trouwde met Helena Groenenberg was hij tot 1909 als KNIL- militair gelegerd in het toenmalige Nederlands-Indië, voornamelijk Atjeh.
Van 1909 tot1939 bekleedde hij diverse politieke functies (Tweede Kamerlid ARP, fractievoorzitter Eerste en Tweede Kamer voor de ARP en diverse ministersposten, waaronder die van minister-president). In 1941 werd hij als gevolg van zijn steun aan het verzet door de Duitsers gevangen gezet, eerst in Valkenburg (L.), daarna in Berlijn en vervolgens (op eigen kosten) in hotel Gabelbach te Ilmenau (Thuringen) waar hij op 18 september 1944 overleed aan een hartverlamming. Voor de Hoofddorpse begraafplaats zou het een interessant gegeven zijn als de oud minister-president daar zelf ook begraven lag maar dat is niet zo. In 1947 werd hij herbegraven in ‘s-Gravenhage. In 2006 werd besloten in Ilmenau een gedenkteken voor hem op te richten. Bij de gedenksteen is een tekst geplaatst, waarop een samenvatting staat van zijn carrière en de reden waarom hij in Ilmenau verbleef.
Er waren meerdere leden van de familienaam Colijn die uit Brabant naar Haarlemmermeer kwamen. De meesten kwamen vlak nadat Haarlemmermeer drooggemalen was, zoals Aart Colijn (arbeider, geb. 11 mei 1823 in Dussen) die 14 september 1855 kwam en ging wonen aan de Aalsmeerderweg. In 1853 trouwde hij met Pieternella Uijthoven. Zij kregen geen mannelijke nakomelingen in Haarlemmermeer (drie kinderen stierven heel jong en het vierde kind, Neeltje Teuntje (geb.1864), trouwde met Cornelis van Essen).
Er waren leden van de familie Colijn die wat later naar de polder kwamen, zoals de grootvader van Bertus Colijn, Leendert Colijn, die niet in 1856 naar Haarlemmermeer kwam, maar 60 jaar later. Leenderts over-overgrootvader Aart Colijn (geb. te Wijk in 1756) was de grootvader van de eerder genoemde Aart uit Dussen.
Leendert, een landarbeider geboren te Dussen op 20 december 1884 en op 21 april 1910 te Almkerk getrouwd met Dirkje Vink, kwam op 8 mei 1916 uit Almkerk in Haarlemmermeer. Hij woonde eerst op de IJweg 676, daarna de Nieuwstraat 37 en toen Venneperweg 241. Leendert overleed te Heemstede op 31 oktober 1968. Hij had vier zonen van wie de oudste, Adriaan Antonie, eerst als landarbeider bij verschillende boeren werkte en later als grafdelver en hovenier bij de gemeente Haarlemmermeer zijn kost verdiende.

Tekst: Marcel Harlaar (met dank aan Hans van der Schot en het cultuurhistorisch magazine Meer-Historie)
Beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp

Grafstukje_3

Het opschrift is nauwelijks leesbaar (Foto: Marcel Harlaar)

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 3 in de serie met bijzondere graven: van Albert Vis.

Naar het graf van 1A/001 is het even zoeken. Maar als je het gevonden hebt is het helemaal duidelijk waarom dit graf nummer 1A/001 is. Het ligt een beetje aan de rand van de begraafplaats, ongeveer ter hoogte van de grafkelder van de familie ’t Hooft, die op zich al bijzonder is en een geheel eigen dimensie heeft, aan de kant van de Hoofdvaartkerk. Twee hardstenen grafbedekkingen op een zompig grasveld waarin je lijkt weg te kunnen zakken. De letters op de rechthoekige steen zijn vervaagd, met enige moeite is de naam Albert Vis te ontcijferen.

Grafnummer 1A/001 is het graf van landbouwer Albert Vis die op 14 maart 1876 op veertigjarige leeftijd overleed. Hij moet dus in 1836 geboren zijn. De tekst op de hardstenen grafdekking is onleesbaar. Albert Vis werd geboren in Zaandijk. Hij trouwde op donderdag 25 juni 1868 met de 27-jarige IJda Leuntje Spruitenburg. Van zijn leven is verder weinig bekend, maar op 5 september 1870, zo staat in de overlijdensakte die zich in het Noord-Hollands Archief bevindt, verscheen hij samen met de 53-jarige kastelein Jan Knol voor de ambtenaar van de burgerlijke stand om melding te maken van het overlijden van zijn drie weken oude zoon Gerrit Vis.

Op 15 maart 1876 verschijnen de landbouwers Simon Spruitenburg, de zwager van Albert, en Antonie Bok – mogelijk van boerderij Boerhaave aan de Kromme Spieringweg 164 te Vijfhuizen – voor de ambtenaar van de burgerlijke stand om te verklaren de comparanten dat Albert Vis de dag ervoor overleden is om vier uur ’s middags. In de overlijdensakte staat vermeld dat hij overleden is in een sloot gelegen in sectie B kavel 20 en in de nabijheid van het huis staande in Haarlemmermeer nummer 98.

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp

Grafstukje_3b

Het veldje met grafnummer 001

Pos eren

Grafstukje_2

De zandstenen grafzerk van Meester Pos

Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 3 in de serie met bijzondere graven: Hendrik Pos

Grafnummer 2G/072 is de grafzerk van Hendrik Pos (1860-1931), oud-hoofd van de Christelijke school te Hoofddorp heeft een opvallende spitsboogvormige opening met aan weerszijden geboortedatum en datum van overlijden en twee zandlopers die duiden op de kortstondigheid van het leven en op het naderen van het stervensuur. De omkeerbaarheid van de zandloper wordt in de Christelijke traditie gezien als het nieuwe leven en de wederopstanding. De opening in de zerk verwijst naar de zelfbeschrijving van Jezus: ‘Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden…’. Deze beschrijving uit het evangelie van Johannes is later in veel kerken verzinnebeeld door rijk versierde en grootse kerkdeuren. Twee tekens aan de bovenkant aan weerszijden van de woorden ‘Ter nagedachtenis aan’ verwijzen ook naar het Christendom: Alfa en Omega, de eerste en de laatste letter van het klassieke Griekse alfabet waarmee Gods almacht wordt uitgedrukt. Dat Pos hoofd van de Christelijke school was spreekt ook uit het onderschrift (of opschrift) op de grafdekking: ‘Hij leidde hen tot Jezus’. Aan de voet van de grafdekking staat ‘zijn oud-leerlingen’.
Hoofdonderwijzer Pos moet vele leerlingen hebben gehad die hem waardeerden voor zijn inzet en betrokkenheid bij het Christelijk onderwijs. Van zijn begrafenis weten we dat die op donderdagmiddag plaatsvond te … Ermelo. Hij werd onder zeer grote belangstelling, zowel van de zijde van zijn nieuwe woonplaats alsook van zijn oud-leerlingen op de stille dodenakker van Ermelo aan de schoot der aarde toevertrouwd. Een tiental sprekers voerde het woord aan de groeve. Bij allen kwam naar voren de grote liefde voor de minzame Christen die van hen ging. Hij was een man in de eerste plaats voor het onderwijs, om vooral daarin het kind tot het geloof te brengen. Pos was een maatschappelijk betrokken en veelzijdig man die zich manifesteerde op vele terreinen, zowel politiek, kerkelijk als sociaal. Hij behoorde tot de voorwerkers, aldus het krantenbericht, op de hem toevertrouwde posten. Daarbij was hij zeer bescheiden.
We hebben hier dus te maken met een overplaatsing van een graf, maar navraag omtrent het hoe en waarom leverde alleen maar meer vragen op. Gerrie Blijleven, die werkzaam is als gastvrouw op De Iepenhof is bezig uit te zoeken hoe het graf van Pos in Hoofddorp is gekomen. Het is voor haar ook een mysterie omdat zij nergens in de documentatie kan terugvinden dat het om een overplaatsing gaat. Haar speurtocht voerde langs gemeenteambtenaar Fred Boon die eveneens nergens informatie over eventuele overplaatsing kon vinden. Nu is bij de begraafplaats in Ermelo geïnformeerd of er daar iets bekend. Wordt vervolgd, zeg maar.
Het graf van Pos staat in ieder geval op een symbolische plek (2G/072) omdat het

devies van Pos verwoord wordt in het laatste vers van Psalm 72. De zerk staat ietwat scheef waardoor de verticale lijnen bovenaan de boog niet helemaal recht op elkaar staan. Ook zo’n bijzonder detail aan het enige zandstenen grafmonument op begraafplaats De Iepenhof. De steen was dus ooit geelbruin, nu is hij door verwering grijs. Doordat tussen de afzettingen ook bepaalde oxides en andere mineralen voorkomen, kan de kleur verschillende varianten bruinrood tonen. Zandsteen bestaat voornamelijk uit kwarts. Zandsteen wordt niet meer gebruikt. Het is ongezond om ermee te werken en daarom verboden. In 2004 waarschuwde de beheerder van de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan te Haarlem de heer Boelé in het blad Meer-Historie al voor het verval van De Iepenhof, maar ook op de opmerkelijke zandstenen zerk van Pos: ‘Ik weet wel, je kan niet alles bewaren, maar sommige graven mogen niet verloren gaan. Deze grafsteen mag absoluut niet verloren gaan.’

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp

Grafstukje_1

Steen op het graf van oud-burgemeester Lantzendorffer (Foto: Marcel Harlaar)

Wie begraafplaats De Iepenhof in Hoofddorp bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden kunnen aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis schrijven. Een van de bijzondere graven is het graf van oud-burgemeester Johan Wilhelm Lantzendorffer van Haarlemmermeer. Niet zozeer vanwege de mooie versiering of de prachtige ornamenten en het stucwerk op de steen, maar omwille van de eenvoud van de grafbedekking.

Johan Wilhelm Lantzendorffer werd op 32-jarige leeftijd burgemeester van Haarlemmermeer. Hij zou 39 jaar blijven en is daarmee een van de langst zittende burgemeesters. De periode Lantzendorffer geeft een beeld van de uitdagingen van een jonge gemeente, staat er in het boek ‘Besturen in Verandering’ dat op 1 juli bij Meer-Historie verschijnt.

Lantzendorffer werd, als opvolger van burgemeester Amersfoordt, met eerbetoon ingehaald bij de gemeentegrens. De lokale krant De Meerbode schreef erover: ‘Onze nieuw benoemde burgemeester, de heer J.W. Lantzendorffer, werd heden, den 7den Julij, met eene eerewacht te paard en onder begeleiding van een corps muziekanten uit Haarlem, van de Sloter rolbrug ingehaald. Van de meeste gebouwen wapperde de nationale vlag en met luide toejuichingen van de zamengevloeide menigte werd de titularis omstreeks 1 ½ ure s’ namiddags, aan het Hoofddorp ontvangen.’

Economisch ging het niet zo goed in de ambtsperiode van Lantzendorffer. Er was sprake van een landbouwcrisis die rond 1870 ontstond als gevolg van de massale import van goedkoop graan uit de Verenigde Staten. Deze bracht armoede en verpaupering, allereerst van de agrarische bevolking, maar ook de stedelijke bevolking bleef niet gespaard. Aan het eind van de 19e eeuw herstelde de economie zich enigszins en dat zette zich voort tot in het begin van de 20e eeuw.

Eind 19e eeuw begon een industriële revolutie. De landbouw werd gemoderniseerd. Het transportwezen nam een vlucht. Het vervoer over de weg kwam op gang, er verschenen steeds meer auto’s op de wegen. De agrarische beroepsbevolking kromp, de plattelandsbevolking trok naar de stad.

Rond 1900 begint de overheid een steeds grotere rol in de samenleving in te nemen: in het onderwijs, bij de ontwikkeling van een communicatienet. Er werden openbare nutsbedrijven opgericht en er werd een begin gemaakt met een sociale wetgeving.

Bij de komst van Lantzendorffer waren er in de Haarlemmermeer zes openbare lagere scholen. Bij zijn afscheid zijn het er elf en vijf bijzondere. Het aantal inwoners steeg in zijn bestuursperiode van 10.200 naar 19.000. In zijn bestuursperiode zijn onder meer gerealiseerd:

  • Gemeentelijke verordening op het begraven en vervoeren van lijken (1870)
  • Reglement burgerlijk armenbestuur (1870),
  • Gemeentelijke verordening brandweerwezen (1870),
  • Eerste politieverordening (1876),
  • Een kantongerecht in het gemeentehuis (1877),
  • Het Witte Kruis opgericht (1880),
  • Een post- en telegraafkantoor in Hoofddorp (1887),
  • Schutsluis bij fort bij Aalsmeer toegankelijk voor bietenschuiten (1895),
  • De eerste telefoonverbinding tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep (1901),
  • De houten bruggen in Hoofddorp over de Hoofdvaart en Kruisvaart vervangen door stenen bruggen (1904),
  • De Geniedijk en de fortificaties klaar (1906).

In 1907 werd een aanvang gemaakt met de aanleg van de Haarlemmermeerspoorlijnen die in 1912 klaar waren.

Op 1 augustus 1908 neemt Lantzendorffer ontslag. Hij is dan 71 jaar. De Meerbode schrijft bij het afscheid van Lantzendorffer in 1908: ‘De heer Lantzendorffer bevat veel eigenschappen, die een burgemeester tot een burgervader maken. Lantzendorffer was in den omgang een zeer joviaal man, die werkelijk veel hield van zijn ambt en zijn gemeente. Hoe fel de strijd tusschen de verschillende partijen ook dikwijls mocht zijn, de burgemeester wist zich altijd te plaatsen boven die partijen en was steeds de man der gemeente.’

De Opregte Haarlemsche Courant van 1 juli 1908 wijdt lovende woorden aan zijn persoon: ‘Hij was bij de ingezetenen bemind en geëerd. Rijk en arm konden beiden even vrijmoedig bij hem aankloppen en waar het in zijn vermogen was toonde hij zich altijd bereid tot hulpbetoon. Door zijn humaniteit heeft hij ieder voor zich weten in te nemen. Hij was een populair man, had geen enkelen vijand, was buitengewoon vrijgevig in het verlenen van toestemming of verlof, zette niemand een voet dwars, had een aangename manier van omgang; toonde alsdan nooit burgemeester-zijn, en was voor iedere toegankelijk, op alle oogenblikken van den dag.’

Op 74 jarige leeftijd, op 16 april 1910 maken ‘verval van krachten en een maagkwaal een einde aan zijn leven’. Hij wordt begraven op de Iepenhof in Hoofddorp. Zijn eenvoudige grafsteen telt veertien letters die zijn naam vormen: Lantzendorffer.

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp