IMG_5414Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 12 in de serie met bijzondere graven: Willem de Koning.

Een klinkende naam uit de artistieke wereld maar het gaat hier niet om de schilder Willem de Kooning, maar over de molenaar van korenmolen De Eersteling: de eerste van de zes windmolens in Haarlemmermeer die is gebouwd in 1856. In de boeken van Dik Trom speelt de molenaar een belangrijke rol: wanneer Dik Trom trouwt, steekt de molenaar de vlag uit.
De Eersteling werd gebouwd in 1856 door Dirk David van Dijk, die tevens de eerste molenaar was. Van Dijk werd geboren te Benthuizen op 9 oktober 1821 en kwam twee jaar na het ontstaan van Kruisdorp (de oudste naam voor Hoofddorp) met zijn gezin uit Piershil naar de polder. Van Dijk zou veertig jaar molenaar blijven op De Eersteling. De molen werd gebouwd aan de Kruisweg, maar al spoedig bleek de molen midden in het snel groter wordende dorp te staan. De molen was een zogeheten grondzeiler, waarbij de wieken bijna de grond raken. Het werd moeilijker wind te vangen.
C. Joh. Kieviet beschrijft molenaar Van Dijk in ‘Uit het Leven van Dik Trom’ als iemand van weinig woorden, maar met een goed hart. Als kind speelt Dik vaak op het erf van de molen en als hij wat ouder is brengt hij ’s avonds de paarden van de molenaar naar het land. Als de vader van Dik Trom een ongeluk krijgt op een bouwwerk en niet meer kan werken, kan Dik Trom het winkeltje van de moeder van Bruin Boon kopen dat in bezit is van de molenaar.
Van Dijk overleed op 27 juli 1905 op 83-jarige leeftijd en ligt begraven op begraafplaats De Iepenhof in Hoofddorp. Na Van Dijk werd een van zijn knechten, Willem de Koning, geboren te Westmaas op 9 april 1864, molenaar op deze molen. Willem overleed op 5 april 1936. Later werd diens zoon Lies de Koning en ook diens zoon, eveneens Willem, bij de bedrijfsvoering betrokken.

Naar het Fort
Aan het begin van de jaren dertig werd er niet meer gemalen op windkracht. Na een periode van stilstand is de molen toen in de winter van 1944-1945 gerestaureerd. De molen kon zo blijven draaien tot midden jaren vijftig. Uiteindelijk werd het steeds minder zinvol gevonden om windkracht te benutten vanwege de bebouwing rond de molen. De molenaar ging gebruik maken van de naastliggende motormaalderij.
Omdat in de jaren zestig belangstelling ontstond voor oude molens beijverden de gemeente en stichting Meer-Historie zich de molen te behouden. De Koning verkocht de molen voor één gulden aan de gemeente op voorwaarde dat de molen verplaatst zou worden. Er werd naarstig gezocht naar een geschikte plaats. Uiteindelijk is gekozen voor een plek bij het Fort bij Hoofddorp. Om voldoende wind te kunnen vangen was op die nieuwe plaats wel een verhoging met ruim 2000 m3 zand nodig. Aanvankelijk was men van plan om de molen steen voor steen af te breken en daarna weer met diezelfde stenen elders op te bouwen. Er moesten echter zoveel stenen afgebikt worden dat het onbetaalbaar zou worden. Vandaar dat gekozen werd voor de verplaatsing van de romp als geheel. Zo werd op  5 januari 1977 de molen naar zijn huidige plaats bij het fort gerold. De totale kosten van de verplaatsing en de heropbouw bedroegen 450.000 gulden (ruim 200.000 euro). Een jaar later kon de molen opnieuw in gebruik worden genomen. Dick Prins werd de eerste molenaar in gemeentelijke dienst. In 1985 is ook het huis van de molenaar er bijgevoegd.

Marcel Harlaar

Foto: Molenaar en molen in een beeld gevat (Foto: Marcel Harlaar)

Tekst gepubliceerd in Het Witte Weekblad – editie Hoofddorp