Wie begraafplaats De Iepenhof bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden zouden aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis kunnen schrijven. Dit is deel 10 over het baarhuisje op de Iepenhof

IMG_7290

Het baarhuisje is tegenwoordig het kenniscentrum van de funeraire geschiedenis van Haarlemmermeer (Foto: Marcel Harlaar)

 

De gemeentelijke (of algemene) begraafplaats in Hoofddorp is aangelegd op een stuk grond van ongeveer 100 bij 100 meter. Vanaf 1860 is er begraven op deze begraafplaats die er vanzelfsprekend niet altijd zo heeft uitgezien zoals we
De oudste begraafplaats in Haarlemmermeer is die van Zwanenburg (1858). De mensen die stierven tussen de droogmaking en dat tijdstip zullen in plaatsen om de polder zijn begraven of in hun geboorteplaats, want Haarlemmermeer was een echte pioniersgemeente.
De Iepenhof was de eerste begraafplaats die door de gemeente in gebruik werd genomen. Daartoe kocht de gemeente een bunder grond ten zuiden van de net gereed zijnde hervormde kerk (de huidige Jopenkerk) en dat kostte de gemeente 850 gulden. Half december 1858 vond de overdracht plaats; de begraafplaats is dus geen kerkhof. De inrichting werd direct daarna opgepakt. Men begon met de aanleg van sloten, het maken van een aarden wal en berm.
De bouw van een huisje bij de ingang dat tegenwoordig als kantoor annex ontvangstruimte is ingericht werd in mei 1859 aanbesteed. Het gebouwtje bestond uit een hoog middengedeelte onder een met pannen belegd zadeldak met dwars daarop twee lagere aanbouwen of vleugels. Het werd niet alleen gebruikt als baarhuis maar ook als brandspuithuis en gevangenis.
Hoe de begraafplaats er in 1860 uitzag is weinig bekend. Het huisje stond er maar had nog niet de tegenwoordige functie. Het monumentale sierhek dat nu de ingang vormt was er ook nog niet. Er stond blijkbaar een houten hek dat in 1863 gerepareerd moest worden. In dat jaar waren er ook werkzaamheden aan het huisje dat in de aanbestedingen werd omschreven als brandspuithuis, provoosthuis en baarhuis.  Zo werd in 1863 omschreven dat een brits aangebracht moest worden in het deel dat voor het bewaren van gevangenen werd gebruikt.
In de loop der jaren moest de grond van de Iepenhof worden opgehoogd.  Het gevolg was dat het huisje te laag kwam te liggen of de fundering zakte. In 1877 werd het huisje geheel afgebroken en weer opnieuw opgebouwd. De fundering moest 10 centimeter hoger worden. Bij de wederopbouw werd in de gevel een dubbel lichtkozijn aangebracht en in de binnenmuur werd een kozijn aangebracht. Na de herbouw werd het gebouw afgewerkt en bepleisterd.
In 1933 werd in Haarlemmermeer een nieuwe begraafplaats, Wilgenhof, gerealiseerd. De Iepenhof zou gesloten worden. Tot 1957 was deze echter nog in gebruik maar daarna werden geen nieuwe graven uitgegeven. Maar het liep allemaal niet zo’n vaart want in 1962 vonden er nog 40 begravingen plaats. Men had zelfs plannen voor de bouw van een aula maar zover kwam het niet. Het baarhuisje dat in verval was geraakt werd gerestaureerd.
Het witgeverfde huisje doet als gezegd tegenwoordig dienst als werkruimte voor de medewerkers. Er is een informatietafel en het baarhuisje is als het ware het kenniscentrum van de funeraire geschiedenis van de polder.  Beheerder Gerrie Blijleven ontvangt er graag met veel plezier en koffie bezoekers. Zij vertelt ook enthousiast over de graven en de geschiedenis van de Iepenhof, een bijzondere begraafplaats in het hart van Haarlemmermeer.

Marcel Harlaar

Artikel geplaatst in Het Witte Weekblad – editie Hoofddorp