Grafstukje_1

Steen op het graf van oud-burgemeester Lantzendorffer (Foto: Marcel Harlaar)

Wie begraafplaats De Iepenhof in Hoofddorp bezoekt, loopt letterlijk door de geschiedenis van Haarlemmermeer. Geïnteresseerden kunnen aan de hand van de familienamen op de graven een prachtige geschiedenis schrijven. Een van de bijzondere graven is het graf van oud-burgemeester Johan Wilhelm Lantzendorffer van Haarlemmermeer. Niet zozeer vanwege de mooie versiering of de prachtige ornamenten en het stucwerk op de steen, maar omwille van de eenvoud van de grafbedekking.

Johan Wilhelm Lantzendorffer werd op 32-jarige leeftijd burgemeester van Haarlemmermeer. Hij zou 39 jaar blijven en is daarmee een van de langst zittende burgemeesters. De periode Lantzendorffer geeft een beeld van de uitdagingen van een jonge gemeente, staat er in het boek ‘Besturen in Verandering’ dat op 1 juli bij Meer-Historie verschijnt.

Lantzendorffer werd, als opvolger van burgemeester Amersfoordt, met eerbetoon ingehaald bij de gemeentegrens. De lokale krant De Meerbode schreef erover: ‘Onze nieuw benoemde burgemeester, de heer J.W. Lantzendorffer, werd heden, den 7den Julij, met eene eerewacht te paard en onder begeleiding van een corps muziekanten uit Haarlem, van de Sloter rolbrug ingehaald. Van de meeste gebouwen wapperde de nationale vlag en met luide toejuichingen van de zamengevloeide menigte werd de titularis omstreeks 1 ½ ure s’ namiddags, aan het Hoofddorp ontvangen.’

Economisch ging het niet zo goed in de ambtsperiode van Lantzendorffer. Er was sprake van een landbouwcrisis die rond 1870 ontstond als gevolg van de massale import van goedkoop graan uit de Verenigde Staten. Deze bracht armoede en verpaupering, allereerst van de agrarische bevolking, maar ook de stedelijke bevolking bleef niet gespaard. Aan het eind van de 19e eeuw herstelde de economie zich enigszins en dat zette zich voort tot in het begin van de 20e eeuw.

Eind 19e eeuw begon een industriële revolutie. De landbouw werd gemoderniseerd. Het transportwezen nam een vlucht. Het vervoer over de weg kwam op gang, er verschenen steeds meer auto’s op de wegen. De agrarische beroepsbevolking kromp, de plattelandsbevolking trok naar de stad.

Rond 1900 begint de overheid een steeds grotere rol in de samenleving in te nemen: in het onderwijs, bij de ontwikkeling van een communicatienet. Er werden openbare nutsbedrijven opgericht en er werd een begin gemaakt met een sociale wetgeving.

Bij de komst van Lantzendorffer waren er in de Haarlemmermeer zes openbare lagere scholen. Bij zijn afscheid zijn het er elf en vijf bijzondere. Het aantal inwoners steeg in zijn bestuursperiode van 10.200 naar 19.000. In zijn bestuursperiode zijn onder meer gerealiseerd:

  • Gemeentelijke verordening op het begraven en vervoeren van lijken (1870)
  • Reglement burgerlijk armenbestuur (1870),
  • Gemeentelijke verordening brandweerwezen (1870),
  • Eerste politieverordening (1876),
  • Een kantongerecht in het gemeentehuis (1877),
  • Het Witte Kruis opgericht (1880),
  • Een post- en telegraafkantoor in Hoofddorp (1887),
  • Schutsluis bij fort bij Aalsmeer toegankelijk voor bietenschuiten (1895),
  • De eerste telefoonverbinding tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep (1901),
  • De houten bruggen in Hoofddorp over de Hoofdvaart en Kruisvaart vervangen door stenen bruggen (1904),
  • De Geniedijk en de fortificaties klaar (1906).

In 1907 werd een aanvang gemaakt met de aanleg van de Haarlemmermeerspoorlijnen die in 1912 klaar waren.

Op 1 augustus 1908 neemt Lantzendorffer ontslag. Hij is dan 71 jaar. De Meerbode schrijft bij het afscheid van Lantzendorffer in 1908: ‘De heer Lantzendorffer bevat veel eigenschappen, die een burgemeester tot een burgervader maken. Lantzendorffer was in den omgang een zeer joviaal man, die werkelijk veel hield van zijn ambt en zijn gemeente. Hoe fel de strijd tusschen de verschillende partijen ook dikwijls mocht zijn, de burgemeester wist zich altijd te plaatsen boven die partijen en was steeds de man der gemeente.’

De Opregte Haarlemsche Courant van 1 juli 1908 wijdt lovende woorden aan zijn persoon: ‘Hij was bij de ingezetenen bemind en geëerd. Rijk en arm konden beiden even vrijmoedig bij hem aankloppen en waar het in zijn vermogen was toonde hij zich altijd bereid tot hulpbetoon. Door zijn humaniteit heeft hij ieder voor zich weten in te nemen. Hij was een populair man, had geen enkelen vijand, was buitengewoon vrijgevig in het verlenen van toestemming of verlof, zette niemand een voet dwars, had een aangename manier van omgang; toonde alsdan nooit burgemeester-zijn, en was voor iedere toegankelijk, op alle oogenblikken van den dag.’

Op 74 jarige leeftijd, op 16 april 1910 maken ‘verval van krachten en een maagkwaal een einde aan zijn leven’. Hij wordt begraven op de Iepenhof in Hoofddorp. Zijn eenvoudige grafsteen telt veertien letters die zijn naam vormen: Lantzendorffer.

Tekst en beeld: Marcel Harlaar
Gepubliceerd in Het Witte Weekblad – Hoofddorp