krant1

Advertentie in de krant

Niemand zal vreemd opkijken van de uitspraak dat de Kruisweg er zo’n kleine 150 jaar geleden geheel anders uitzag. Tegenwoordig is het soort doorgangsweg waar de winkels aan het oog onttrokken worden door overvloedig geparkeerde auto’s. Maar hoe zag de Kruisweg er toen uit? Van historische geschriften en afbeeldingen is bekend dat er een soort haven in Hoofddorp was waar schepen konden aanmeren. Maar waren er ook winkels? Waren er ondernemers die zich kort na de droogmaking vestigden in het Kruis (later Kruisdorp en nu Hoofddorp) de plek waar Hoofdvaart en Kruisvaart elkaar kruisten?

Met die vraag begon de speurtocht naar de eerste ondernemer. Daarvoor werd een beroep gedaan op twee goed in de polder ingevoerde historici die met verrassende vondsten kwamen. Jan Uithol stuurde wat krantenknipsels waarin J. Fideldey (of G.J.N. Fiedeldey) als uitbater van een herberg genoemd wordt: ‘Dit is alles wat ik van Fiedeldey kon vinden zo gauw.’ Waardevol materiaal ook vanwege de intrigerende zinsnede “dat is de plaats alwaar Hoofd- en Kruisvaarten elkaar kruisen en een dorp moet worden aangelegd”.

Jan schrijft verder: ‘Ik wist dat deze herberg het allereerste stenen gebouw(tje) op het Kruis was. Ik heb al eens gevraagd waar dit precies heeft gestaan, maar men moest mij het antwoord schuldig blijven. Ik vermoed dat dit stond op de plaats waar nu De Beurs staat. Kan me vergissen natuurlijk… voor zekerheid het archief maar induiken. Tenminste, als het daar bekend is want in die tijd was het nog geen gemeente en Pabst zou op vier dagen na de eerste steenlegging burgemeester van Haarlemmermeer worden. Het vreemde is dat ik na 1857 niets meer van Fiedeldey kan vinden.’

Hans Dolman van het Historisch Museum Haarlemmermeer, kwam met een vondst in het brandregister: ‘Donderdag 18 september 1856 was een zwarte dag voor Gerrit Fideldey in Kruisdorp. Fideldey werkte aanvankelijk als arbeider in Haarlemmermeer. Alras vestigde hij zich als tapper in Kruisdorp’. Fideldey woonde op de plek waar nu het polderhuis staat en daar bestierde hij de herberg ‘Het wapen van Haarlemmermeer’. Volgens het brandregister van 1856 vond bij hem de eerste, officiële brand plaats. Dit zou volgens de lijst in dat jaar de enige brand zijn geweest.

‘Fideldey was een aanvechtbare man,’ meldt Dolman. ‘In augustus 1857 kreeg hij knallende ruzie met een aantal klanten, dat de inventaris kort en klein sloeg. Hij had niet veel geluk want ongeveer drie weken later trof weer een brand zijn herberg.  Dit was dus een andere brand dan vermeld in het brandregister. Fideldey had er schoon genoeg van en vertrok voorgoed naar elders.’

Het is de vraag of hiermee het bewijs is geleverd dat Fideldey de eerste ondernemer was die zich aan de Kruisweg vestigde, maar het blijft een mooie anekdote van een bedrijf dat zich in de jonge polder vestigde en al zo kort na de bouw in rook opging. Dat er zich op de kruispunten in de polder horecaondernemers vestigden was bekend, maar het zou toch interessant zijn te weten hoe het zit met de overige middenstanders in de beginperiode van de polder. Jan Uithol kwam daarop met een aantal knipsels over ene P. de Boer, oud kapitein op de koopvaardij, die een logement heeft aangelegd, genaamd ‘Haarlemmermeer’, van 16 januari 1856. Daar resideerden in het prille begin van de polder notarissen, werden veilingen gehouden en vandaar vertrok een beurt- en vrachtvaart. Jan voegt er aan toe: ‘Het eerste echte (bouw) bedrijf aan de Kruisweg was J. Buyn & Co. Ik zou niet precies weten waar het stond, maar mogelijk in de buurt waar later het oude raadhuis is gekomen’.

Marcel Harlaar